“De basisvoorwaarden voor innovatiekracht ontbreken in Nederland.” Zegt Robert Gaal die samen met de andere oprichters van Wakoopa door het Amerikaanse zakentijdschrift Business Week in 2007 werden uitgeroepen tot Europe’s Top Young Entrepeneurs. Drie stappen hoe in ons land wel een vruchtbare bodem voor creatieve ondernemen kan ontstaan.
“Je kunt wel praten over de manieren hoe de creatieve industrie moet bijdragen aan de vergroting van de concurrentiekracht van Nederland, maar dan zul je toch eerst als land aan een aantal basisvoorwaarden moeten voldoen. En die zijn simpelweg onvoldoende ingevuld.” Dat begint bij de massamedia, zegt Robert Gaal. Veel bekende kranten en tv-programma’s ziet kennen die zogenaamde creatieve industrie creatieven helemaal niet, laat staan dat lezers en kijkers over hun bezigheden weten. Gaal heeft het niet over designers, architecten en mode-ontwerpers, nee, hun werk ligt dicht genoeg bij de massa. Maar zodra het gaat over innovatieve high-tech creatie stopt de aandacht, want techniek is lastig en moeilijk, en ontstaat een soort schandalige lulligheid. “Laatst bijvoorbeeld was de oprichter van Guerrilla Games op bezoek bij Pauw & Witteman naar aanleiding van de game Killzone 2. De eerste vraag ging lacherig zo van, dus jij doet in spelletjes. De presentatoren bekeken de launch van Killzone van Guerrilla Games als een soort mallotige gebeurtenis zoals gamers altijd door de traditionele pers worden neergezet als een stelletje malloten. Kom op nou: Guerrilla Games is een miljoenenbedrijf. Tegen een fashiondesigner zeg je toch ook niet, zo dus jij doet in kleertjes. Bij onder meer Pauw & Witteman weten ze kennelijk niet dat de game-industrie wereldwijd groter is dan de filmwereld. Zoals ze in Hilversum en bij de commerciëlen ook niet willen bedrijpen dat jongeren nauwelijks nog televisie kijken. En dat is niet gek, want als je bent opgegroeid met MSN en games, heb je daar qua mening en content ook niks te zoeken. Dan bekijk je liever video’s op YouTube en speel je nog maar eens een game op je mobieltje.”
DWDD
Gek toch eigenlijk, vindt Gaal. Iedereen, nou ja, bijna iedereen in ons land heeft wel eens van Bill Gates of Richard Branson gehoord. Maar de oprichters van Hyves of TomTom kent bijna niemand als je naar hun namen zou vragen op de Kalverstraat. “Succesverhalen van high tech en nieuwe media-creatieven ontbreken. Als de TomTom-oprichters een congres in San Francisco binnenkomen, gaat iedereen staan. Ze worden als godenzonen binnengehaald. Maar ik heb hun succesverhaal nog nooit gelezen of gehoord in de Nederlandse massamedia, zoals veel succesverhalen van innovatieve technisch-gedreven start-ups. Pas wanneer massamedia als NRC, DWDD en de Volkskrant blijvend op serieuze wijze berichten over internetcreatieven en geslaagde initiatieven, gaat van die wereld een aanzuigende werking uit. En die is nodig voor het aantrekken van nog meer creatief talent en investeerders.”
Y-Combinator
Want dat is stap twee die nodig is voor een gezond Nederlands innovatieklimaat, meent Gaal. Er moeten meer slimme investeerders komen die verder kijken dan geld en starters ook voorzien van kennis en een groot netwerk. Binnen de media bijvoorbeeld, heb je tegelijk ook stap één gecovered. Als voorbeeld noemt hij de Y-Combinator in San Francisco. Dat bedrijf investeert kleine bedragen zelden meer dan 15.000 euro in start-ups. In ruil voor dit zogenaamde seed capital krijgt de investeerder 2 tot 10% van de aandelen. Daarnaast worden deze bedrijfjes op alle mogelijke vlak ondersteund. De Y-Combinator levert een netwerk aan tools: van het vinden van een bedrijfsnaam tot het opstellen van een strategisch bedrijfsplan, van marketing tot engineering, van patenten tot accounting. Na drie maanden wordt over de volgende stap beslist: stopzetten, het ‘idee’ verkopen of bijkomende financiering zoeken bij andere venture capitalists. Gaal: “Dat model zou een zegen ook voor veel jonge Nederlandse creatieve ondernemers zijn.”
Ecosyteem voor innovatie
Stap drie, en dan zijn we, denkt Gaal, al snel vijf jaar verder: een ecosysteem voor innovatie. “Ondernemers die succesvol zijn, moeten meer terug geven in de zin of investeringen of advies. Anders blijft elke innovatie een eenmalig ding.” Dat ecosysteem zou je binnenkort al kunnen opstarten. Natuurlijk, er is in ons land nog niemand rijk geworden van de verkoop van een social netwerk of blogservice. Maar durfinvesteerder Van den Ende & Deitmers heeft recent aandelen gekocht in Hyves, en dat doen ze enkel omdat ze dat bedrijf willen verkopen, meent Gaal, en ja, dan zijn de drie oprichters binnen. “Van hun kennis en ervaring moeten anderen kunnen leren, anders gooi je dat allemaal weg. En dat geldt ook voor TomTom, ik wil meer over dat bedrijf weten.”
Stikk
Wakoopa heeft met drie andere innovatieve high-tech internetbedrijven uit Amsterdam zelf een soort voedingsbodem opgericht: Stikk, oftewel Startups in een Kut Klimaat. Gaal: “We proberen op actieve wijze internationaal geörienteerde internetentrepreneurs uit ons land te helpen. Met werkplekken en ruimte voor events; toegang tot ons netwerk en het delen van kennis en ervaring.” Ook nodigt Stikk oprichters van innovatieve Nederlandse bedrijven uit om te vertellen over hun ervaringen.” Van Peter-Frans Pauwels van TomTom en Oscar Kneppers van Bright tot Joris Keijzer van Albumprinter.nl: “We willen weten hoe ze zijn begonnen, hoe ze zijn gefinancieerd, hoe hun creatieve proces werkt en hun exit procedure oogt. Als je wilt innoveren, heb je ontmoetingen met andere creatieven nodig. Om je eigen kennis te vergroten.” Zomaar creatieven bij elkaar in een hok zetten en zeggen, nu gaan jullie samenwerken, nee, dat mislukt. “Cross-over initiatieven moeten uit zichzelf komen; er moet een gedeeld belang zijn.”
Onderwijs
Ook het hoger onderwijs moet anders. Volgens Gaal sluit dat steeds minder aan bij het bedrijfsleven. Al die mensen die universiteiten en hogescholen uitpoepen, dat klinkt heel naar misschien, maar zijn die nog wel nuttig. “Is de levensvatbaarheid van sommige opleidingen en studierichtingen niet gewoon voorbij, en kunnen we niet beter andere opstarten.” Laat studenten bijvoorbeeld meer leren in de praktijk. Al die MBA-modellen, prachtig, maar een businessmodel is niet binair, het is een levend iets. Ik heb ook geen MBA of zo, maar ben gewoon begonnen.” Zet daarom wetenschappers en ondernemers vaker bij elkaar. Zoals gebeurt tijdens TED. “Op dat event gaat het over de bigger picture. Hoe werkt het creatief proces, hoe kan je dat uitrollen en hoe richt je dat dan in. Ben heel nieuwsgierig hoe de Nederlandse variant daarvan eruit gaat zien. Daar kijk ik echt naar uit.”
Scoren op veelzijdigheid
De creatieve industrie, ook voor Gaal blijft het een lastig begrip. Video-artiesten, copywriters, internetontwikkelaars, dansers en architecten, je kunt die moeilijk classificeren in een woord. Aan de andere kant: “Of je nou een gebouw, dans of kurkentrekker ontwerpt, we doen feitelijk hetzelfde. Het enige verschil is dat het werk van een modeontwerper of schilder meer is gedefinieerd. Hij werkt vanuit een stof of met verf. Het internet bestaat niet, er is geen één internet. Er gebeuren online zoveel verschillende dingen. De buitenwacht probeert dat in een hokje te plaatsen, geeft niet, dat is menselijk. Maar daarom vind ik ook dat we ons in Nederland sterk moeten maken op onze veelzijdigheid. Van mode tot nieuwe media, van design tot advertising. We moeten dat allemaal laten zien, dat zou het doel moeten zijn. Want ik denk dat de creatieve industrie nergens zo sterk op velerlei gebied zo sterk is ontwikkeld als hier.”
@Robert, ik ben het helemaal met je eens, ik zou ook een podium als TED willen hebben in Nederland. Een Crossover podium voor talenten uit binnen en buitenland. 4 dec hebben we een tryout voor zo’n podium vanuit het buitenhuis en willen we in 2010 maandelijks deze formule herhalen. Ik zal in ieder geval de namen die je noemde contacten of zij op het podium de ins en outs willen toelichten. ps als je mee wilt denken over de programmering van dit podium voor volgend jaar hoor ik dat graag.
Herman Meines, 11/10/2009 om 11:35 pm