Brutaal, nuchter en met een vleugje humor. Nederlandse creatieven zijn sterk in conceptueel denken en vooruit kijken. Maar ons gelijkheidsdenken staat een kapitalisering van die typisch Hollandse innovatiekracht in de weg. Paul Hekkert, hoogleraar aan de TU Delft faculteit Industrieel Ontwerpen: “Als we niet uitkijken, wordt Nederland één groot standpunt.nl en dat is een ernstig gevaar voor elk creatief proces.”
Paul Hekkert: “Creativiteit is geen bindend begrip. Het is daarom een onmogelijke verzamelnaam. Immers: elke maakindustrie zegt dat die creatief is, omdat die een product of businesspropositie maakt waaraan een creatief proces vooraf gaat. Naast grote bedrijven staat een groot aantal zelfstandige ontwerpers en kleine bureaus, filmers, architecten, modeontwerpers, romanciers en designers, ook allemaal creatieven, kortom, dit is een groep die nogal lastig valt te bereiken en verenigen.” Toch is er één ding dat al die bureaus, individuen en vakgebieden bindt, zegt Hekkert, en dat is het ontwerpproces, want dat is bij iedereen gelijk. “Allen ontwikkelen een visie en willen die in de wereld zetten door middel van een product, gebouw, service of roman. Van een gevoel van comfort tot een prettige beleving: het gaat om een vormgegeven ervaring. Dat hele proces moet je beheersen; hoe bedenk je een goed idee en ontwerp je dat, vertaald naar een product of manifestatie. Diegenen die dat het beste kan, maakt de beste ontwerpen.”
Relaties
Zo’n vormgegeven ervaring is pas het begin. Want een product of manifestatie, ze krijgen pas betekenis in de interactie met mensen, aldus Hekkert. “Ze worden belangrijk als mensen ze gaan gebruiken. Dat betekent dat ontwerpers relaties moeten ontwerpen en geen producten. En die relaties zitten niet ingebed in de context van vandaag, maar in de dag van morgen. Ontwerpers moeten dan ook een idee ontwerpen van de wereld zoals zij die zien of graag zouden zien, en daarvoor een relatie, lees een ontwerp, maken. En daar zijn Nederlandse ontwerpers als geen ander heel sterk in, in dat vormgeven van de toekomst. Heel anders dan de meeste buitenlandse ontwerpers die reageren op de wereld van vandaag, op wat er nu gebeurt, en daarmee inspelen op een directe marktvraag.”
Conceptuele kwaliteit
Nederlandse ontwerpers kunnen dat dus heel goed, een wereld vormgeven zoals zij die zien of zouden willen zien. Let wel, we hebben het niet over dromerige sprookjesbeelden of een vormgegeven ‘Age of Aquarius’, benadrukt Hekkert. Denk eerder aan concepten over hoe we straks moeten omgaan met afval, mobiliteit en producten, kortom, je praat over het verlevendigen van een visie. Bugaboo vindt hij daar een goed voorbeeld van. “De ontwerpers van die kinderwagen hadden een duidelijke kijk op hoe ouders zich verhouden tot kinderen in de wereld van morgen. Daarom ook is het merk zo succesvol.” Ook het navigatiesysteem TomTom is zo’n product waarmee de ontwerpers anticipeerden op de wereld van morgen. En natuurlijk in 1996 het rapport Vision of the Future van Philips. Hekkert: “Ik noem dat conceptuele kwaliteit. Nederlanders zijn daar goed in.”
Twist
Die conceptuele kwaliteit danken we volgens Hekkert aan de ligging van Nederland. “We zitten als klein land grotendeels omringd door water toch een beetje in een hoek van Europa, en dat betekent dat we altijd sterk naar buiten zijn gekeerd. Daarom gaan we zo graag op pad en reizen we veel, en hebben we een completer wereldbeeld dan inwoners uit ons omringende landen als Engeland, Duitsland en Frankrijk.” Ook onze volksaard speelt een rol. “We zijn tamelijk onbescheiden en brutaal, we hebben bravoure. Vanwege onze open mind durven we ook groot te denken. En het ontwerpen van producten die misschien een rol in de toekomst spelen, ja, dat is risicovol. Maar dat durven wij aan, en dat is onze kracht.” En dan heb je nog die typische Hollandse humor, die twist, die je in Dutch Design kunt terugvinden. Of je nou kijkt naar de ontwerpen van Victor & Rolf en Droog Design of de documentaires van Michiel van Erp en de architectuur van MVRDV: “Het is brutaal en nuchter met een vleugje humor.”
Vuist
Die conceptuele kwaliteit is de concurrentiekracht van Nederland. Daarmee kunnen we in alle sectoren langdurig scoren. Doelpunten maken dus, maar zo eenvoudig is dat niet. Een ding zitten voorhoede, middenveld en achterhoede van het Dutch Design danig dwars, en dat is dat ellendige gelijkheid denken, de PvdA, aldus Hekkert, en dat vormt de rem op iedere innovatie. “Dat polderen, dat idee van iedereen is gelijk, de grote gemene deler, dat is echt een enorme bedreiging voor de creatieve industrie.” Het maakt dat alles in ons land wordt vertraagd. Toch moet er af en toe iemand gewoon keihard met de vuist op tafel slaan, en zeggen, jongens, dit gaan we doen en niks anders. “Maar ja, we moeten zonodig in ons land overal over mee beslissen. Over besluitvorming in de zorg via allerlei patiëntenverenigingen en in de rechtspraak streven we naar een soort Amerikaans jurymodel.” Hekkert gruwelt daarvan, want zo kan je nooit een voedingsbodem leggen voor langdurig succes: laat professionals hun werk doen, daarvoor zijn ze opgeleid. “Het radioprogramma standpunt.nl vind ik echt het afschuwelijkste wat er bestaat. Al die dommigheid en ongeïnformeerde meningen: als we niet uitkijken, wordt Nederland een groot standpunt.nl en dat is een ernstig gevaar voor elk creatief proces, want dan krijgen we nooit meer een gebouw van MVRDV in een wijk of Victor & Rolf bij H&M. Dat trekt het volk namelijk niet en hun stem is al in enkele creatieve industrieën gekropen.”
Participating design
Hij wijst op de filmindustrie. Daar worden soms grote publieksfilms eerst getoond aan een groepje mensen en op basis van hun reacties wordt het slot bepaald of bepaalde scènes weggesneden. Hekkert: “In plaats van een artistiek product is film verworden tot een product van het volk. Maar wanneer iets past bij de smaak van de massa, krijg je de dood in de pot. Participating design, co-creatie, open source netwerken, stop, niet doen, zo lever je innovatie over aan de grillen van het publiek. Iedereen in ons land mag overal wat van vinden, en dat kan niet. Een ontwerper kijkt naar voren, hij is een visionair. Het grote publiek reageert op wat het nu weet en ziet. Dus natuurlijk kan hij de visie van een creatief moeilijk plaatsen. Publieksparticipatie, co-creatie en open source, het is de ondergang van innovatie.”
Mobiliteit
Hekkert hoopt op een groot gebaar waar de creatieve industrie met elkaar op gaat inzetten, gegoten in een thema dat qua aard en schaal hoort bij ons land. Mobiliteit is zo’n thema, vindt hij. Juist omdat we zo’n klein land zijn. “We hebben een goede infrastructuur en een enorm goed mobiel netwerk, een prima proeftuin voor elektrische mobiliteit. In China zijn ze daar ook mee bezig, maar dat land is een stukje groter, dus voordat je dat enorme oppervlakte helemaal hebt bedekt.” Daarbij zijn we als land goed in mobiliteit. BMW, Volvo, de topontwerpers van die merken komen uit Delft. En zo hebben Nederlandse auto-ontwerpers invloed bij Pininfarnina en Audi. “Water is evenzo zo’n thema waar we traditioneel goed in zijn, sterker, ons land was vroeger een groot moeras dat we bewoonbaar hebben gemaakt. Maar je moet wel goed samenwerken om zo’n groot thema, zoals elk groot thema trouwens, op te lossen. Ik ben ervan overtuigd dat creatieven uit alle sectoren het een uitdaging vinden om samen te werken op dergelijke grote thema’s, juist omdat die bij uitstek geschikt zijn voor een multidisciplinaire aanpak.”
Veilige stad
De samenhang van een groot stedelijk gebied? Nog zo’n onderwerp dat vraagt om een Nederlandse aanpak. De randstad is immers één grote stad. Hoe maak je daarvan voor iedereen een prettige leefgemeenschap. Hoe ontwerp je dus een goed sociaal klimaat, een veilige stad, zonder raciale verschillen. In Nederland kun je dat heel goed als voorbeeld doen. “Al die thema’s behelsen ook te complexe vraagstukken om vanuit één discipline aan te pakken. De tijd vraagt om samenwerking en durf om te innoveren, dat is de voorwaarde voor succes. Met visionairs uit de creatieve industrie als aanjager voor innovatie.”
De heer Hekkert spreekt zichzelf tegen. Aan de ene kant doet hij een pleidooi om de eigengereide creatieveling de ruimte te geven zijn eigen visie vorm te geven. Weg met het poldermodel! Aan de andere kant verwacht hij wel dat diezelfde eigengereide creatieveling als een braaf lammetje meeloopt in een gezamenlijk gekozen groot thema. Leve het poldermodel! Dat kan niet, lieve Paul, je moet kiezen.
Robin K, 30/09/2009 om 11:24 amErg goed stuk!
Als je van co-creatie verwacht dat er kant en klare oplossingen uit komen dan moet je er inderdaad direct mee stoppen. Het dient echter een ander doel.
Wat gebruikers beter kunnen dan ontwerpers is inzicht geven in hun wereld. Vertellen en laten zien wat ze belangrijk vinden in hun leven. Niemand kan je beter vertellen hoe de zorg in een ziekenhuis is dan een patiënt.
Co-creatie is niet meer weg te denken in onze projecten. Het zorgt er voor dat de oplossingen die wij ontwerpen zo goed mogelijk aansluiten bij de wereld van de uiteindelijk eindgebruiker. Je moet wel mensen serieus nemen en bereid zijn om verrast te worden door hoe goed ze eigenlijk weten wat er in hun wereld speelt.
Nee, ontwerpers komen niet zonder werk te zitten door co-creatie. Integendeel.
Marc Fonteijn, 30/09/2009 om 1:48 pmIn opdracht van de gemeente Doetinchem organiseer ik een Co-creation weekend voor creatieve en pro-actieve jongeren in een inspirerend kasteel in Doetinchem.
Denkbeeldhouwer, 30/09/2009 om 4:28 pmTijdens dit weekend komen studenten uit verschillende disciplines bij elkaar om elkaars ideeën, kaders, aannames en ingesleten gewoontes te bevruchten. In een weekend gaan we van problemen, losse flodders en ideeën naar kernconcept, naar ontwerpen, naar video-registraties, livemagazines, een tv-uitzending? en een afsluitende manifestatie.
http://denkbeeldenstorm.nl/2009/09/co-creation-duurzaamheid/
Innovatie is de ondergang van creativiteit :-)
Ik ben de laatste tijd erg geïnspireerd door het participatief ontwerpen en denken. Het idee dat een ontwerp of idee vanuit verschillende perspectieven wordt bekeken is op zich nog niet eens zo’n gek idee. Wat wel moet gebeuren is dat unieke inbreng wordt gestimuleerd. Als het compromissen worden ben ik geneigd het sterk met Pauls betoog eens te zijn, dat wordt het ontwerp een gedrocht. Maar als door participatieve inbreng het aantal ideeën kan divergeren naar bijzondere onvoorziene invalshoeken kan een oorspronkelijke gedachte best worden bijgesteld naar nog iets beters. Ik denk dat participatie kan bijdrage in de divergentie en dat er slechts een paar mensen in de convergentiemodus moeten zitten. Dan is collaboratieve intelligentie een feest.
Arthur Kruisman, 01/10/2009 om 7:27 amDe zienswijze van Paul Hekkert kan ik wel volgen en het in grote lijnen met hem eens zijn. Alleen denk ik dat hij toch iets te kort door de bocht gaat als hij een direct verband legt tussen de ontwikkeling (ontwerp) van een product of liever gezegd de relaties die gebruikers met dat product zouden moeten gaan krijgen en het ontwikkelen (ontwerpen) van sociale patronen of de inrichting van leefgemeenschappen (maatschappij). Een visie is m.i. een overtuiging, een passie voor een verbetering of beter gezegd een verandering in de maatschappij. Meestal kun je pas achteraf over een visie praten; in ieder geval als de visionair gelijk heeft gekregen. Ir Cornelis Lely was bijvoorbeeld een visionair. Als minister van waterstaat diende hij in 1899 een wetvoorstel in om tot een rijkswegennet te komen omdat hij de opkomst van de automobiel als massavervoermiddel voorzag. En drie jaar eerder was pas de eerste automobiel in Nederland ingevoerd. Dat wetsvoorstel haalde het niet. In 1906 was hij Kamerlid en toen een soortgelijk voorstel opnieuw aan de orde kwam, zag de behandeling in de Kamer er voor de auto bepaald somber uit, totdat “het Kamerlid Lely aan het woord kwam. Hij gaf aan een ‘enkel woord’ te willen wijden aan de discussie. Het werd een gepassioneerd betoog waarin hij een toekomstbeeld schetste waarin de auto zich van het bezit van enkelen zich zou ontwikkelen tot een massaproduct. Het zou in zijn ogen een doelmatig vervoermiddel worden dat nieuwe hoofdwegen nodig zou hebben met scheiding van soorten verkeersdeelnemers, en waarin de vrije loop van het verkeer niet mocht worden belemmerd.” (www.autosnelwegen.nl) Dat is toch iets anders dan innovatie of creatie, hoewel het wel drie takken aan één boom zijn. Een creatie is m.i. een nieuwe verschijningsvorm voor een bestaande entiteit; een innovatie de verschijning van een nog niet bestaande entiteit en een visie is een idee voor een nieuwe entiteit, die de maatschappij ingrijpend (mogelijk) zal veranderen. Lenin was waarschijnlijk zo’n visionair, evenals dus Lely of Soekarno; de appreciatie afhankelijk van de mate van succes en waardering achteraf. Tom-tom moet je waarschijnlijk onder de innovaties scharen, evenals een CD o.i.d. De S2000 van Honda is een creatie, evenals Madonna. Maar ik kan het mis hebben uiteraard. Zijn al die ‘ontwerpers’ niet eigenlijk eenlingen, die al of niet steun vinden in hun omgeving? En trekken die eenlingen niet vaak aan een schijnbaar dood paard, waarvan zij alleen zien dat het nog niet dood is? Hoe hoger het creatief niveau, hoe meer mensen zullen zeggen dat het paard al dood is, maar hoe zoeter het succes smaakt als het desalniettemin lukt. Het is echter wel van eminent belang dat er een klimaat heerst, waarin creatie, innovatie en visieontwikkeling gestimuleerd worden. De zienswijze van Hekkert draagt daar zeker aan bij. Over dit soort ontwikkelingen zou bijvoorbeeld het Innovatie Platform zich ook eens kunnen buigen. (zie in dit verband: “Het Innovatie Platform” van Frans Nauta over “hoe het niet moet”.) Over een bescheiden, geslaagde visie, zie http://www.pipeliner.nl.
Ir G. Kruisman, Vz Stichting Pipeliner, 04/10/2009 om 5:23 pmMeneer Hekkert gelooft kennelijk nog steeds dat een enkele creativeling vooruit kan denken. Co-creatie zou de doodsteek voor innovatie zijn. En dat klopt, met dien verstande, dan innovatie allang dood was en co-creatie de opvolger in opkomst.
Niet voor simpele problemen als de vraag welk einde een film moet krijgen, maar wel voor de complexe problemen die onze maatschappij meer dan genoeg in voorraad heeft.
Voor dat soort problemen is er geen waarheid en is de rol van design vaak negatief. De kenner heeft nogal afgedaan. De massa heeft de toekomst, maar moet wel daartoe gefaciliteerd worden. Ervoor denken is compleet achterhaald.
Harold van Garderen, 04/10/2009 om 6:23 pmTypisch een ingenieurs (TU) standpunt. Klassiek vanuit het productieproces gedacht, te weinig vanuit de vraagzijde. Het is niet zo dat diegene die het beste kan ontwerpen ook de beste ontwerpen maakt.
Hans Kuypers, 05/10/2009 om 9:39 amGisteren hoorde ik van een reactie van een ontwerper op verbeterpunten die werden aagedragen door de gebruikersgroep. “Het design is goed, jullie gebruiken het product verkeerd”.
Detlef La Grand, 07/10/2009 om 8:51 amOntwerpers hebben niet het alleenrecht op creativiteit en oplossend vermogen. Waar is de visie in de ontwerpen van de automobielindustrie. Zij maken nog steeds vervuilende in de file staande auto’s, terwijl het Kyoto-akkoord al meer dan 10 jaar geleden gesloten is.
Door co-creatie is de rol van ontwerper aan het veranderen van createur naar regiseur. Dat is niet de vormtheorie. Dat is de praktijk in de huidige digitaliserende wereld.
Genoeg bewijs op http://www.redesignme.com
en inderdaad, de informatie die binnenkomt via co-creatie is geen vervanging van de expertise van ontwerpers, maar een aanvulling. Gebruik hem wijs.
RedesignMe, 14/10/2009 om 1:32 pm“Wij nodigen iedereen hartelijk uit om op deze interviews te reageren en eigen ideeën te posten.” Ik ben blij te zien dat dit gelukt is met dit interview; vooralsnog ben ik de ‘winnaar’ met 9 reacties. Hoe komt dat, vraag ik me natuurlijk af.
Paul Hekkert, 14/10/2009 om 11:14 pmUit de reacties blijkt vooral dat co-creatie (en haar varianten) vele gelovigen kent. Ik gebruik dit woord ‘gelovigen’ bewust, want het vertrouwen in co-creatie neemt de laatste jaren religieuze vormen aan. Velen in de creatieve industrie zien het als de heilige graal en dé weg naar innovatieve oplossingen. Ik zie dit vertrouwen in de mening en participatie van burgers in het creatieve proces als een symptoom van een wijdverbreide maatschappelijke ontwikkeling om burgers (lees: leken) te betrekken in allerlei besluitvormingsprocessen. Dit vind ik een zorgelijke tendens en vandaar mijn uitgesproken opvattingen in dit interview.
Burgers of leken leven vandaag en reageren op vandaag, op wat ze kennen. Ze zijn niet getraind in het denken in (toekomstige) mogelijkheden, maar expert in het signaleren van hedendaagse problemen en daar antwoorden op bedenken. Dat kunnen ze soms heel goed. Ik ben dan ook niet principieel tegen burgerparticipatie; het gaat om wie, wat en wanneer. Voor het herontwerpen van bestaande oplossingen (als in ‘redesignme’) zijn eindgebruikers zeer bruikbaar; voor het testen van nieuwe oplossingen zijn eindgebruikers onmisbaar; en voor het komen tot nieuwe ideeën is een diepgaand inzicht in die eindgebruiker (lees: mensen) noodzakelijk. En daarvoor kan het heel nuttig zijn die eindgebruiker te observeren, interviewen of met nieuwe en creatieve technieken te verleiden zijn/haar belevingswereld met de ontwerper te delen. Maar als het gaat om het vormgeven – in de meest brede zin van het woord – van de wereld van morgen dient de ontwerper leidend te zijn, en niet dienend. Daarvoor is hij of zij opgeleid, daar zit zijn of haar kwaliteit en daar ligt zijn of haar verantwoordelijkheid.
Dat die ontwerpers of creatieven in het werken aan grote sociaal-maatschappelijke vraagstukken gaan samenwerken doet aan die rol en kwaliteit niets af. Bij ingewikkelde rechtszaken hebben we een meervoudige kamer met meerdere rechters die een zaak beoordelen. Bij complexe vraagstukken verwacht ik een meerwaarde van samenwerking tussen creatieven uit diverse sectoren of disciplines. Navraag bij vertegenwoordigers van die disciplines leert dat velen dat zien als een enorme uitdaging en creatieve stimulans. En zo breek ik toch een lans voor co-creatie, maar dan tussen architecten en industrieel ontwerpers, tussen theater regisseurs en mode ontwerpers, tussen game designers en filmmakers. Cross-sectorale co-creatie als motor van innovatie.
Goed stuk. Co-creatie is niet heilig, maar kan in veel gevallen wel succesvol worden toegepast. Daarbij is OOK de eindgebruiker naar mijn mening een belangrijke stakeholder in het proces, die ook actief zou moeten particperen (niet alleen cross-sectorale co-creatie).
Arnout de Vries, 19/11/2009 om 10:39 amHet is, denk ik ook, minder geschikt of op zijn minst moeilijk om op basis van latente behoeften of toekomstige behoeften deze processen in te zetten, of althans: daar weten we nog (te) weinig van. Allerlei partijen doen daar onderzoek naar, zo ook TNO.
Aanvulling: De vraag is bijv. of de uitspraak van Henry Ford “If I had asked people what they wanted they would have said a faster horse” in de huidige maatschappij onzin of waarheid is.
Arnout de Vries, 19/11/2009 om 10:51 amGoed artikel. Inderdaad is de gebruiker betrekken bij het proces erg belangrijk, de gebruiker observeren, deze soms juist met opzet op het verkeerde been zetten, de gebruiker interviewen en te volgen, te luisteren. En dan wat te doen met die informatie, het creatieve proces ingaan met als basis die informatie. Maar de ontwerper heeft de regie, of een team van ontwerpers en onderzoekers, zij ontwerpen en ontwikkelen.
In mijn optiek is het juist niet de patient die weet hoe een ziekenhuis ontworpen moet worden. Hij heeft wel erg waardevolle informatie en ervaringen, je zou hem kunnen vragen hoe het beter kan, maar je kunt van leken niet verwachten dat ze visionair gaan ontwerpen. Ook het interpreteren van ervaringen, interviews en observaties van gebruikers is een vak apart, dat dicht bij de psychologie staat.
Gebruikers zeggen niet altijd wat ze bedoelen, baseren hun meningen op bestaande producten, ideeen en ruimtes, vertonen vooral in groepen politiek correct gedrag, vertonen soms bekrompen gedachten, volgen de actualiteit, etc. Creativiteit is individualistisch, is gedurft, is op de grens van het onmogelijke en incorrecte, iets dat een groep gebruikers niet zal durven. Daarom is het crusiaal dat de meningen en observaties worden beoordeeld en gefilterd en dat er daarna een visonair team mee aan de slag gaat. De grootste doorbraken komen van mensen die vaak niet politiek correct zijn, die tegendraads zijn, eigenwijs, soms moeilijk in de omgang en doorzetters. Mensen die ik heb mogen ontmoeten en naar heb mogen luisteren zoals Steve Wozniak, Steve Jobs, Hartmut Esslinger van Frog Design, Tom Kelley, Theo Jansen en vele anderen vertonen dit soort gedrag, die luisteren maar trekken daarna volledig hun eigen plan.
Andreas, Bluelarix Designworks, 22/12/2009 om 3:53 pm[...] Volgens Paul Hekkert (TU Delft) is publieksparticipatie, co-creatie en open source de ondergang van innovatie: ‘Als we niet [...]
Ontwerpen vanuit en met de gebruiker, 20/01/2010 om 11:38 pm